Home > Ook toen was het stil met de vastelaovend

Ook toen was het stil met de vastelaovend

feb 6, 2021 | 1Limburg, Dagbladen en Omroepen

Geen boetezittinge, geen optochten maar uitgestorven straten en lege café’s. Met dank aan de pandemie die door sommige carnavalisten afgelopen jaar nog op de korrel werd genomen. Het is en blijft vreemd. Limburg zonder vastelaovend. Maar toch is het geen unicum. Want ook in het verleden is het feest der feesten wel eens afgelast.

Nog even flink feesten voordat de veertig dagen durende vastenperiode begint. Dat was voor katholieken in de Middeleeuwen al een goed gebruik. Die vastenavondvieringen in herbergen liepen regelmatig uit de hand. Kerk en overheid kwamen meermalen met verboden. Na de reformatie trad de protestantse overheid streng op waardoor het carnaval in grote delen van Nederland verdween. Dat is ongetwijfeld de meest rigoureuze maatregel tegen het carnavalsfeest geweest.

Maar ook in de recentere geschiedenis zag de overheid zich vaker genoodzaakt de vastelaovend te verbieden. De oorzaken waren verschillend; (dreigende) oorlog, extreem weer, watersnoodramp en ook de volksgezondheid noodzaakten bestuurders om carnavalsvierders de mond te snoeren.

Begin 1940 was de oorlogsdreiging in Nederland overal merkbaar. Of er veel animo was om vastelaovend te gaan vieren terwijl het leger al maanden in opperste paraatheid het land bewaakte is niet duidelijk. Ik elk geval wilde Territoriaal Bevelhebber Govers voorkomen dat er feestgedruis op straat zou plaatsvinden. Op grote aanplakbiljetten kondigt hij af dat het verboden was om gemaskerd of verkleed op straat of ‘in inrichtingen te komen. Optochten en muziek op straat waren eveneens uit den boze.

Tijdens de Duitse bezetting werd het carnaval ook niet getolereerd. Geen optochten en geen prinsen: tijdens de Tweede Wereldoorlog lag de Limburgse vastelaovend stil. Dat is althans het officiële verhaal. Maar het carnavalsbloed stroomt waar het niet gaan kan. We weten het omdat in 1941 vijf Maastrichtse caféhouders een proces-verbaal kregen omdat ze zonder vergunning muziek en dans in hun zaak hadden georganiseerd. En in hetzelfde jaar was er in Sittard nog de revue De Bontje Parapluuj waar Toon Hermans optrad.

Ook uit interviews in het L1-archief blijkt dat de carnavalsgeest nog levend was. Sjraar Peetjens uit Venlo vierde in 1943 met een groep vrienden in huis vastelaovend. Met een slok drank op ging de groep op een gegeven moment naar buiten. Duitsers waren er niet, wel buurtbewoners: Peetjens: “Die vonden het prachtig dat wij dat deden. We wilden de mensen laten zien dat -ondanks dat het oorlog was- wij toch nog vastelaovend vierden.”

Ook in Sittard werd op beperkte schaal nog wel gevierd in de bezettingstijd. Jeu Wessels die in de Voorstad woonde: “Men wilde toch een beetje feest maken, met een lachend gezicht nam men elkaar onder de arm. Maar onderweg werd het zaakje toch snel ontbonden, want als er een politieagent stond die lid van de NSB was dan moest je oppassen.” Jo Peeters zat ondergedoken in Heel en herinnerde zich dat hij met andere onderduikers tijdens carnaval samenkwam in huis om herinneringen op te halen aan de vooroorlogse jaren.

Vooral binnenskamers werd in de oorlogsjaren nog wel wat carnaval gevierd. Jocus in Venlo organiseerde in 1943 onder de titel ‘lezing’ nog een feestavond. Straatcarnaval was in de oorlogsjaren in Maastricht ook niet helemaal afwezig, al was dat wel bijna helemaal voorbehouden aan kinderen zo blijkt uit krantenartikelen.

Ook na de oorlog is het nog niet onomstreden om weer drie dagen los te gaan met de vastelaovend. In 1946 moet de minister Van Schaik van Verkeer & Energie er niets van hebben. Hij schrijft: ‘Gezien het vitale belang van een zoo groot mogelijke kolenproductie, waarvan ons gehele economische leven in sterke mate afhankelijk is (…) moet een ernstige stagnatie in de productie gedurende meerdere dagen – die het onvermijdelijke gevolg zou zijn van het toestaan van een carnavalsviering – m.i.z. in ieder geval worden voorkomen’. De oproep heeft maar beperkt effect. Een aantal gemeenten, zoals Sittard, vaardigt een maskerverbod uit en blaast daarmee feitelijk de carnavalsviering af. Maar in andere steden gaan de festiviteiten wel op kleinere schaal door.

Op 1 februari 1953 wordt Zeeland getroffen door de Watersnoodramp, twee weken voor carnaval. De kranten in die eerste week van februari melden dat er geen sprake kan zijn van een carnavalsfeest nu er in Zeeland mensen zijn verdronken. In alle grote steden in Limburg en Brabant verklaren verenigingen dat alle officiële activiteiten niet doorgaan. Of dat individuele carnavalisten er van weerhouden heeft om toch op stap te gaan is niet duidelijk.

In 1969 was het geen oorlog of natuurramp die de vastelaovend dwars zat, maar wel het weer. Limburg was toen bedekt onder vele tientallen centimeters sneeuw waardoor optochten onmogelijk konden rondtrekken. Maar het feest ging wel door, kon het niet buiten, dan maar binnen. Hetzelfde was het geval in 1990 toen het vanwege hevige storm onverantwoord bleek om optochten door te laten gaan. Ook daarna kwam het regelmatig voor dat optochten werden aangepast of uitgesteld vanwege sneeuw, wind of ander stormachtig weer.

Oorlogsgeweld leidde in 1991 tot gesteggel onder organisatoren van het carnaval in Limburg. Vlak voor carnaval brak de Golfoorlog uit waarin een westerse coalitie de Iraakse president Saddam Hoessein uit Koeweit wist te verdrijven. De optochtwagens zijn bijna klaar als op 22 januari 1991 een vergaand besluit wordt genomen: de SLV (Samenwirkende Limburgse Vastelaovesvereiniginge) wil in navolging van o.a. Keulen, Düsseldorf en Aken alle buitenactiviteiten schrappen. Nu er bommen op Bagdad vallen is het niet kies om feest te vieren vindt ook de tweede carnavalsbond in Limburg -de BCL- in navolging van de SLV.

Er komt veel kritiek op dit besluit dat veel carnavalsvierders als overhaast en ondoordacht betitelen. In Maastricht staat een comité op dat stadsgenoten oproept op carnavalszondag deel te nemen aan een informele optocht. In veel Limburgse steden en dorpen zijn er desondanks geen wagens en groepen te zien. Behalve in Nederweert en Venlo waar de carnavalsverenigingen zich niet neerleggen bij de oproep van de overkoepelende bonden. Dat doen ook de individuele carnavalsvierders niet, in de zalen en café’s barst het carnaval in alle hevigheid los.

Het slechte weer blijkt de laatste jaren steeds vaker spelbreker voor wagenbouwers, zowel in 2016 als in 2020 gingen veel optochten niet door vanwege hevige wind. In 2021 zal er opnieuw geen wagen, geen groep en geen einzelgänger door Limburg trekken. Nu niet vanwege oorlog, watersnood of extreem weer maar door een pandemie. Maar als het verleden ons iets leert dan is het wel dat de vastelaovend altijd herrijst. Misschien wel mooier en uitbundiger dan tevoren.

Bron: 1Limburg Nieuws